Nieuws

Henk Kamp, minister van Economische Zaken: “Brexit biedt kansen die ik liever niet had gehad”

door Jan-Kees Koning op 11 juli 2017

 

 

 

 

 

In tegenstelling tot Brussel en veel andere EU-landen, is Nederland voor een softe Brexit, zegt Kamp. Het is voor het eerst dat Nederland zo expliciet dat standpunt inneemt.

De Brexit heeft tot nu toe 13 bedrijven, goed voor 730 banen, ertoe gebracht over te stappen van het Verenigd Koninkrijk naar Nederland, of hier uit te breiden. Volgens minister Henk Kamp van Economische Zaken (VVD) zijn deze bedrijven niet actief geworven, maar hebben zichzelf gemeld bij zijn ministerie. De Britse, Amerikaanse en Aziatische ondernemingen in de financiële sector, ICT en energie, brengen hun Europese vestiging over van Londen naar Nederland.
“Voortdurend melden in Nederland geïnterfereerde buitenlandse bedrijven zich bij ons”, aldus de bewindsman. “Die helpen we. We schrijven hier op het ministerie het ene na het andere bidbook om die bedrijven te laten zien wat de kracht van Nederland is.”
Ondanks die nieuwe bedrijvigheid, blijft Kamp droevig gestemd over de Brexit. Die kent louter verliezers. Kamp kan het niet anders zien. De Britten zelf, maar Nederland net zo goed.
Hij denkt niet alleen aan de economie, maar ook aan de veiligheid en het Europees belang in de wereld. Allemaal gestoeld op steeds intensievere samenwerking, die wat Kamp betreft ruw wordt onderbroken nu Groot-Brittannië uit de Europese Unie stapt. “Het raakt me elke keer als ik het erover heb.”

Henk Kamp, Mark Rutte en Michel Barnier,
EU-onderhandelaar, overleggen over de Brexit 

Want zegt de minister die na 23 jaar Haagse jaren en vier ministerschappen afzwaait zodra er een nieuw kabinet is, een versplinterd Europa zonder sterke interne markt telt niet meer mee. Net zo min als Afrika. Dan zijn het alleen nog China, VS, India en Rusland, die het op economisch gebied uitmaken.”

450 miljard

Voor Nederland is de potentiële Brexit-rekening heel concreet. “Bijna 10 procent van onze export gaat naar het Verenigd Koninkrijk en we hebben daar bovendien enorm geïnvesteerd: 450 miljard euro.” Dat wordt opeens bedreigd door tariefmuren en handelsbarrières. Maar niemand weet precies hoe en wat. “Ondernemers stuiten op obstakels en onzekerheid. Over bijvoorbeeld douaneformulieren, intellectueel eigendom en dat ze in plaats van distribiteur ineens importeur van Britse producten worden.
Kortom: “Ik heb geen enkel enthousiasme voor de Brexit. Het levert ons kansen op, maar ik die kansen liever niet gehad.”

Gaat u met die 13 bedrijven die naar Nederland komen actief reclame maken om er nóg meer uit Londen te lokken?

“Daar zijn we terughoudend in. Het is toch profiteren van andermans ellende, van een goede partner van ons. We gaan niet een ruimte in Londen huren, om van daaruit “Kom naar Nederland-folders bij bedrijven in de bus te gooien.”

Minister Henk Kamp, als EU-voorzitter,
met EU-Commissaris Maros Sefcovic

Werkgeversorganisatie VNO-NCW klaagde deze week over de strenge bonusregels in Nederland. Vormen die inderdaad een belemmering bij het werven?

“Het bonusplafond is een reëel probleem voor bedrijven. Een grote bank overweegt naar een andere plek te gaan en denkt zijn topmensen aan zich te binden met een hoge bonus. De bank ziet dat hij in op één na alle EU-landen tot 100 procent van het jaarsalaris kan gaan, maar in Nederland tot maximaal 20 procent. Dat is, tussen een lijst met pluspunten, een minpunt. Dat beperkt ons.”

Het lijkt of er een kentering in het denken van over de bonussen is gekomen….

“Ja, het is altijd verstandig om op actuele ontwikkelingen te reflecteren.”

…terwijl uw kabinet de strengste bonusregeling van Europa heeft ingevoerd.

“Ja, zeker, ik ben daar medeverantwoordelijk voor.”

Dus? Spijt?

“Weet u, in dit kabinet zitten we met zijn tweeën. Het is niet zo dat Henk Kamp kan doen wat hij wil, of dat de VVD kan doen wat zij wil. Het is geven en nemen en daar komen dan dingen uit waar wij verantwoordelijkheid voor moeten dragen. Ik zeg u nu: dit is een minpunt. Er is nu een nieuwe kabinetsformatie, een nieuwe ronde met nieuwe kansen en we zien wat daaruit komt.”

Minister Henk Kamp, Economische Zaken en Mariëtte Hamer,
voorzitter SER, tijdens de EU-voorjaarstop, februari 2017
Foto: Sociaal Economische Raad

U wilt zo banken naar Nederland halen. Maar de les van de Kredietcrisis van 2008 is dat Nederland kwetsbaar is met een grote financiële sector – destijds ruim vijf keer de omvang van de van de economie. Moeten we die banken uit Londen wel willen?

“Het gaat om grote internationale banken zoals JP Morgan. Die vertolken een grote rol in het internationale financiële verkeer en dat blijven ze doen. Ze doen dat al voor een stukje vanuit Nederland en dat stukje mag best groter worden, als dat kan leiden tot duizenden nieuwe banen in Nederland en honderden miljoenen aan belastinginkomsten.”

Nederland lijkt gebaat bij een zachte Brexit, met een minimaal verschil met hoe het nu is. Komt Nederland in conflict met andere EU-landen die juist een zo hard mogelijke Brexit willen, om te voorkomen dat andere landen volgen?

“Daar zit een knelpunt. Twee landen zijn het meest verweven met het Verenigd Koninkrijk: Ierland en Nederland. Wij hebben vooral belang bij de handelsrelatie. Ik wil graag op zo’n min mogelijk ingewikkelde manier handel blijven de Britten blijven drijven. Maar andere EU-landen hebben heel andere belangen. Ze willen eerst iets regelen voor EU-burgers in Groot-Brittannië en Britten in de EU.”
“Ook willen ze eerst de financiële afwikkeling van de Brexit doen. Dat is niet onbelangrijk, maar wij lopen daardoor het risico dat er te weinig tijd overblijft om de Interne Markt juist te versterken en onze handelszaken te regelen, want na twee jaar kan de uittreding overgaan in een harde Brexit.

Is het mogelijk om na de Brexit de handel met Groot-Brittannië?

“Dat is reëel. We zijn nummer 4 in concurrentiekracht in de wereld en nummer 1 in de EU. Dat betekent dat als er ergens gedonder is, wij er vaak in slagen daar op de een of andere manier ons voordeel mee te doen. Reuring biedt Nederland kansen.”

Uit de Volkskrant, 1 juli 2017

Geef een reactie

* = verplicht, e-mailadres wordt niet gepubliceerd.