Nieuws

Opinie en Debat: Erdogans macht is precair, Erik-Jan Zürcher

door Jan-Kees Koning op 2 augustus 2017

 

 

 

 

 

Een jaar na de Coup is er in Turkije een grote groep burgers die, oog in oog met geweld en intimidatie, toch zijn stem durft te verheffen, schrijft Erik-Jan Zürcher.

Soldaten die de brug over de Bosporus en de burelen van CNN Türk bezetten en  het Turkse parlement bombarderen. Precies een jaar geleden vond de Couppoging in Turkije plaats. Maar nog altijd zijn belangrijke vragen onbeantwoord. Wie zaten er achter de Coup? En vooral: wie wat wanneer? Als, zoals sommige Turkse media suggereren, de veiligheidsdienst al zes uur eerder was gewaarschuwd, waarom zijn er dan geen maatregelen genomen? Wist de legerleidingecht van niets of wachten de Generaals hoe het zou aflopen? En wat wisten de regering en de top van Erdogans AKP?
Wat wel zeker is: de Couppoging is op het laatste moment met zes uur vervroegd., omdat de samenzweerders dachten dat ze verraden waren. Als de Staatsgreep, zoals oorspronkelijk bedoeld gepland, om drie uur ’s nachts was uitgevoerd, terwijl Turkije sliep, had hij heel goed kunnen slagen. Dat zou een ramp voor het land zijn geweest. Het is dan ook terecht dat  de Turken vandaag niet alleen de slachtoffers herdenken, maar dat zij ook vieren dat de bevolking zich massaal en moedig tegen de Couppoging heeft verzet.
Of die bevolking ook de democratie heeft gered, is de vraag. Regerend per decreet heeft de regering-Erdogan de Couppoging het afgelopen jaar misbruikt, om alle tegenstanders uit te schakelen. Dat proces was al voor 15 juli 2016 aan de gang, maar is nu in een stroomversnelling gekomen.

Soldaten bij Turkse parlement na bombardement

De eerste groep tegenstanders, die werd aangepakt waren de aanhangers van Gülen, de in Amerika woonachtige geestelijk leider, die word gebrandmerkt als aanstichter van de Coup. De campagne om een eind te maken aan de invloed van de Gülens beweging was al vier jaar eerder begonnen, maar is afgelopen jaar met alle middelen doorgezet.
De tweede groep die werd aangepakt, was de Koerdische oppositie. Hoewel deze, zelfs volgens Erdogan, niets met de Coup had uitstaan, werd partijleider Selahattin Demirtas van de Koerdische HDP gearresteerd. In november werd 142 jaar gevangenisstraf geëist voor steun aan terreur. Tegelijk werden in het Koerdische Zuidoosten vrijwel alle ale gekozen HDP-burgemeesters vervangen door toezichthouders van de AKP.
De oppositiemedia kregen het zwaar te verduren. Twaalf journalisten van de belangrijke oppositiekrant Cumhuriyet zitten al 257 dagen gevangen – hun hoofdredacteur is naar Duitsland gevlucht. Veel media zijn gesloten.

Recep Tayyip Erdogan: Democraat of Dictator?

De Universiteiten werden gezuiverd, met name van academici die begin 2016 een Manifest ondertekenden waarin werd opgeroepen de Koerdische oorlog in het Zuidoosten te beëindigen.
Scholen, Universiteiten en media werden gesloten. Bedrijven en gemeentebesturen werden door een Staatscommissie overgenomen, ambtenaren werden ontslagen of geschorst, er volgenden arrestaties en paspoorten werden afgenomen. De gevolgen waren groot: wie ontslagen werd, verloor daarmee ook alle recht op uitkering en pensioen en ook de mogelijkheid om ooit nog in overheidsdienst te werken.

Voortdurend claimde Erdogan dat Turkije in dodelijk in gevaar was. Zo hield hij de druk op de ketel. Hij suggereerde dat Europa en Amerika achter de Coup zaten en riep de bevolking op waakzaam te zijn en op treden als “wachters van de democratie”. Het provoceren van conflicten met Europese landen paste goed in die strategie.

Turkse burgers op de Bosporusbrug

De vestiging van een autoritair regime culmineerde half april in de campagne voor het referendum over de invoering van een Presidentieel systeem. Deze campagne was de meest oneerlijke in de moderne Turkse geschiedenis. Een “Nee” stem werd in de staatsmedia gelijkgesteld aan steun voor terrorisme en voor de Coup. Het hele staatsapperaat werd ingezet om “Ja” te steunen.
Toch bleek de weestand tegen Erdogan onverwacht sterk. Hoewel campagne voeren voor “Nee” vrijwel onmogelijk was gemaakt, stemde 48,6 procent tegen. Steden en wijken die al vijftien jaar in handen van de AKP waren om, waaronder Fatih en Üsküdar, de meest religieuze wijken van Istanbul.

ERDOGAN WEET DAT ZIJN MACHT PRECAIR IS

Na tien maanden van machteloos toezien gaf deze uitslag de oppositie in Turkije nieuw elan. Nadat regeringsgezinde rechters het parlementslid Enis Berberoglu tot 25 jaar gevangenis had veroordeelden, omdat hij in 2015 geheime Turkse wapenleveranties aan Syrische rebellen openbaar had gemaakt, trokken oppositieleider Kılıçdaroğlu en zijn fractie hun wandelschoenen aan en begonnen aan de 450 kilometer lange “Mars voor Gerechtigheid” van Ankara naar Istanbul.

Militairen worden afgevoerd, Bosporusbrug

Ondanks het smalende commentaar van de regering – “Waarom neemt die stumper de door ons aangelegde Hogesnelheidstrein niet?” – sloten meer en meer mensen zich aan. En toen de stoet de wijk in Istanbul bereikte waar Berberoglu gevangen zit, kwamen honderdduizenden naar de slotmanifestatie.

In de Nee-campagne en de Mars voor Gerechtigheid werden de contouren zichtbaar van een nieuw Turks politiek landschap. Dit kwam vooral door het uiteenvallen van de ultra-nationalistische MHP. Partijleider Devlet Bahçeli sloot in de referendumcampagne een pact met Erdogan, maar het grootste deel van zijn aanhangers volgde hem maar de charismatische Meral Akşener, die een felle Nee-campagne voerde – en uit de partij werd gezet. In juni steunde Akşener publiekelijk Kılıçdaroğlu’s Mars voor Gerechtigheid.
Waar Erdogan steeds meer een hardline Islamitische nationalistische koers vaart en zich vooral richt op het consolideren van zijn eigen machtsbasis, tekent zich een nieuwe seculiere coalitie af van het centrum-linkse CHP met het gematigde deel van de nationalistische MHP. Om aan een meerderheid te komen, moeten zij samenwerken met de Koerdische HDP, die 10 tot 15 procent van de stemmen kan trekken. Dat betekent vroeg of laat toegeven aan Koerdische eisen van zelfbestuur. Zowel voor de CHP die zich ziet als erfgenaam van Atatürk, als voor de Turkse nationalisten van de MHP  is dat vooralsnog een brug te ver.

“The Day After…”

Turkije zal daarom voorlopig zijn autoritaire koers blijven varen. Erdogan heeft zijn macht versterkt. Hij is onaantastbaar – tenminste, zolang de Turkse en Koerdische oppositie verdeeld zijn. Maar hij weet ook dat zijn macht precair is en dat hij zijn mensen “zijn mensen”, de conservatieve en religieuze helft van de bevolking, permanent moet mobiliseren.
Dat gaat het best door voortdurend op te roepen tot waakzaamheid tegen buitenlandse belagers en binnenlandse verraders. Daarvoor zal de viering/herdenking van vandaag zeker weer een uitgelezen gelegenheid zijn.
Voor landen als Nederland is het lastig op de situatie in Turkije in te spelen. Aan de ene kant krijgt Erdogans regime steeds meer autoritaire trekken en neemt het steeds meer afstand van Europese Waarden. Het is bovendien moeilijk praten met een land waarvan de regering voortdurend aan haar eigen bevolking vertelt dat jij de vijand bent. Toch is het van belang te blijven praten, niet omdat Turkije kandidaat EU-lid is (en dat is pure fictie), maar omdat het net als Rusland een groot en belangrijk buurland van de EU is. Dat praten hoeft bovendien niet stoppen als de regeringen overhoop liggen. Het referendum en de Mars hebben laten zien dat er in Turkije een grote groep burgers is die onder heel moeilijke omstandigheden, oog in oog met geweld en intimidatie, toch zijn stem durft te verheffen. Het is essentieel dat deze mensen weten dat ze gesteund worden. Daarom moeten vooral de niet-gouvermentele contacten (cultuur, sport, bedrijfsleven, onderwijs en wetenschap) ook in deze zware tijd zoveel mogelijk overeind worden gehouden.

Foto: Universiteit Leiden

Erik-Jan Zürcher, Hoogleraar
Turkse talen en culturen,
Universiteit Leiden  

Lees hier het artikel uit NRC, 15 juli 2017 

Geef een reactie

* = verplicht, e-mailadres wordt niet gepubliceerd.