Door Jan-Kees Koning op 19 augustus 2016

Europa biedt Nederland houvast in een wankele wereld, Jan Marinus Wiersma, Marnix Krop en Lo Casteleijn

 

 

 

 

 

 

Themablok: Ideeën voor de verkiezingen

Europa

Zelden werd Europa met grotere uitdagingen geconfronteerd dan vandaag de dag. Binnen Europa dreigt een Brexit, sluiten landen hun grenzen en stellen de Oost-Europese lidstaten zich steeds onverzoenlijker op, terwijl buiten de fysieke grenzen van de EU de situatie in Syrië met de dag verslechtert, Poetin zijn agressie nauwelijks verhult en het wispelturige Turkije de spil is in de vluchtelingencrisis.
Bij het zoeken naar antwoorden wordt Europa meer en meer gehinderd door nationale reflexen. De euro is voorlopig gered, maar de aanpak van de crisis heeft het onderlinge wantrouwen vergroot. Bovendien stelt de vluchtelingenstroom de solidariteit tussen de lidstaten nog verder op de proef. Deze trend is de oorzaak en meteen ook het gevolg van een gebrek aan vertrouwen in Europese oplossingen.
Voor de Europese Unie is het dus lastig om passende antwoorden te vinden en voor politieke partijen is het in de aanloop naar de Tweede Kamerverkiezingen maar al te verleidelijk om het buitenland zoveel mogelijk buiten het programma te houden. Dat laatste zou meer dan jammer zijn: Nederland kan zich niet van Europa en de wereld afzijdig houden.
Helaas gaat het voorlopig de verkeerde kant op. Niet in de laatste plaats in de lidstaten zelf. De traditionele politieke partijen worden op de proef gesteld door de sterke groei van het rechtspopulisme. Zo won de onafhankelijke kandidaat maar ternauwernood de presidentsverkiezingen in Oostenrijk. Een paar duizend stemmen minder en de Oostenrijkers hadden een extreem-rechtse president gehad. Populistisch rechts met zijn nationalistische en sociaal-defensieve boodschap is kortom opgerukt naar het hart van het Oostenrijkse politieke systeem.
En niet alleen in Oostenrijk: we zijn getuige van een ontwikkeling waarvan het einde nog niet in zicht is. Het handelend vermogen en de politieke stabiliteit van lidstaten kunnen we er ernstig door worden geschaad. Het politieke antwoord is overigens niet eensluidend. Maar dat het daarbij linksom of rechtsom ook om Europa gaat, al was het maar vanwege de populistische afkeer van Europese samenwerking, staat vast.
Europa staat nog steeds centraal in Nederlands buitenlands beleid Het vormt immers de sleutel voor vrede en welvaart in ons deel van de wereld. Maar het is bezig door verdeeld optreden en uitingen van machteloosheid zichzelf de wapens uit de handen te slaan. Dan maar nationaal meer zelf doen is geen antwoord, net zomin als een Europa á la carte waarvan iedere lidstaat zijn eigen menu mag vaststellen.
Een weerbaar Nederland vereist een sterk Europa dat ook voor onze belangen opkomt. Het gaat hierbij niet zozeer om de Europese gedachte – hoe waardevol ook – maar om een onmisbaar instrument van binnenlandse- en buitenlandse politiek. In de praktijk betekent dit: de euro waarborgen, het sociale Europa gezicht geven, de rechtsstaat verankeren, op Europese defensiesamenwerking inzetten, een open oog hebben voor destabilisering van de buren (Oekraïne!). Daarbij gaat het ook om het voeren van een effective, houdbare migratiepolitiek, waarvoor met voorrang mensen en middelen worden vrijgemaakt. Hiervoor zijn geen verdragswijzingen nodig, wel vasthoudend politiek leiderschap.
Onze gekozen politici moeten zich verbinden aan het versterken van de binnenlandse steun voor ons buitenlands en Europees beleid. De Europese politiek is vanzelfsprekend gebaat bij grotere betrokkenheid van de burgers. Wel is het noodzakelijk om nationale blokkades te voorkomen. Voor belangrijke onderwerpen als verdragen met derde landen hebben we daarom een nieuw democratisch instrument nodig: een EU-breed referendum.
Nederland noch Europa is lijdend voorwerp. Als we gezamenlijk handelen, kunnen we de greep op ons lot vergroten. Niet alleen nu, maar zeker ook morgen. Waar liggen de internationale uitdagingen en wat kunnen de EU en Nederland eraan doen?
Ongelijkheid is een sterk groeiend internationaal probleem. Het aantal armen neemt gelukkig af, vooral in Azië, maar de kloof tussen superrijk en superarm binnen en tussen landen neemt schrikbarend toe. Dit ondermijnt de maatschappelijke samenhang en daarmee de vrede en veiligheid. Globalisering van informatie brengt mensen in beweging, op zoek naar levensgeluk.

NEDERLAND NOCH EUROPA IS LIJDEND VOORWERP: GEZAMELIJK KUNNEN WE DE GREEP OP ONS LOT VERGROTEN

Internationale stabiliteit vergt een rechtvaardiger en democratischer internationaal financieel-economisch systeem, waarin armoedebestrijding prioriteit krijgt. Daartoe behoren eerlijke handel, evenwichtige belastingheffing en gerichte investeringen in duurzame groei en fatsoenlijk werk. De EU moet hierin een voortrekkersrol vervullen, zowel op het wereldtoneel als in eigen huis.
Terrorisme doodt en jaagt schrik aan. De Islam is niet de vijand, Jihadisme des te meer. Om dat Jihadisme te bestrijden zijn politieke en militaire middelen nodig. Maar deradicalisering van Nederlandse jongeren vraagt om meer. Waakzaamheid moet hier hand-in-hand gaan met insluiting, met sociale integratie van mensen en hun godsdienstige instellingen. Nederland is hun thuis.
Bovenal is het een kwestie van internationaal handelen. IS moet worden uitgeschakeld. Hun terrorisme past in een patroon van grensoverschrijdend geweld dat het Midden-Oosten al langer teistert. De regio heeft dringend behoefte aan een pact voor stabiliteit en samenwerking, Europa kan bij de totstandkoming hiervan de helpende hand bieden. Een geloofwaardig Midden-Oostenbeleid vergt bovendien de erkenning van de Palestijnse staat. Dat brengt een tweestaten-oplossing dichterbij en biedt uitzicht op het einde van een giftige splijtzwam.
De verhouding met Rusland baart zorgen. In plaats van naar elkaar toe te groeien drijven we uiteen. Gevoelens van miskenning en frustratie hebben de overhand, leiden tot een agressieve houding en expansief gedrag en brengen de zelfbeschikking van buurlanden in het gedrang. Aan een politiek van voldongen feiten moet krachtig het hoofd worden geboden, maar steeds ook met een open oog voor herstel van vertrouwen.
De deur moet openblijven voor toenadering. Bijvoorbeeld door de Helsinki-Akkoorden uit 1975, met de gedeelde waarden over veiligheid en Mensenrechten nieuw leven in te blazen. Rusland behoort, als het wil, tot de Europese familie van volkeren en deelt in de OVSE en Raad van Europa gemeenschappelijke waarden. Eerbied voor democratie en rechtsstaat is daar wel nauw mee verbonden. Gemanipuleerde democratie is in de mode. Niet alleen in Rusland, ook binnen de EU doet zich een ‘Poetinisering’ voor. De betrokken lidstaten moeten we daarop aanspreken.
Ook in Turkije staan democratie en rechtsstaat onder druk. President Erdogan bouwt gestaag verder aan een autoritair presidentieel systeem. De persvrijheid, minderheden en oppositieleden dreigen daarvan het slachtoffer te worden.
De onderhandelingen over het EU-lidmaatschap – die Turkije wil versnellen – dreigen zo hun geloofwaardigheid te verliezen. Concessies aan de Kopenhagen-criteria (1993) zijn uiteraard uit den boze. Met de daarin vervatte vereisten van democratie, rechtsstaat, bescherming van minderheden en markteconomie mag niet worden gemarchandeerd. In het kader van de afspraken over vluchtelingen eist President Erdogan bovendien visumliberalisering. De EU is bereid die stap te zetten, maar daarvoor moet hetzelfde gelden als voor de toetredingsonderhandelingen: Brussel deelt geen politieke cadeautjes uit, zolang Turkije doorgaat op de ingeslagen weg.
Onze internationale betrokkenheid terugschroeven is duidelijk niet het antwoord. Nederland moet een actieve diplomatie voeren, de ambassades versterken, de defensie-uitgaven gericht verhogen en de ontwikkelingssamenwerking schragen – de begroting terug naar 0,7% van het bnp.
Minder Europa is niet de beste reflex, een meer democratische en meer resultaatgerichte Europese Unie wel. Alleen zo kan de vicieuze cirkel van wantrouwen waar de EU onder gebukt gaat, doorbroken worden.

De onderhandelingen over het EU-lidmaatschap — die Turkije wil versnellen — dreigen zo hun geloofwaardigheid te verliezen. Concessies aan de Kopenhagen-criteria (1993) zijn uiteraard uit den boze. Met de daarin vervatte vereisten van democratie, rechtsstaat, bescherming van minderheden en markteconomie mag niet worden gemarchandeerd. In het kader van de afspraken over vluchtelingen eist president Erdogan bovendien visumliberalisering. De EU is bereid die stap te zetten, maar daarvoor moet hetzelfde gelden als voor de toetredingsonderhandelingen: Brussel deelt geen politieke cadeautjes uit zolang Turkije doorgaat op de ingeslagen weg.

Jan Marinus Wiersma, Marnix Krop en Lo Casteleijn, Respectievelijk lid van het Europees Parlement tussen 1994 en 2009, voormalig Nederlands diplomaat en oud-beleidsadviseur van de minister van Defensie. Alle drie zijn als Visiting fellow verbonden aan Clingendael  

Uit Socialisme en Democratie Jaargang 71 Nummer 3 Juni 2016

Jan-Kees Koning

Jan-Kees Koning

Motivatie: Europa staat elke dag in het wereldnieuws. Als “nieuwsjunk” volg ik dit nieuws. Ik wil een bijdrage leveren aan de discussie over de toekomst van de Europese Unie. De PvdA-leden in het Europees Parlement: Paul Tang, Agnes Jongerius en Kati Piri, en de woordvoerders in de Tweede Kamer, Marit Maij en Michiel Servaes ondersteunen

Meer over Jan-Kees Koning