Door op 4 augustus 2016

Frankrijk: partij mokt over hervormende voorhoede, Peter Vermaas

 

 

 

 

 

 

Hollande is de meest impopulaire president ooit, binnen zijn eigen PS liggen socialisten van de oude stempel op oorlogskoers en ondertussen gaat Marine Le Pen ervandoor met de arbeidersstem. Tot zover de belkende riedel, nu het onderliggende probleem waar eigenlijk de gehele sociaal-democratie mee worstelt: hoe moderniseer je de verzorgingsstaat en houd je tegelijkertijd de brede volkspartij in leven? 

In Frankrijk is politiek een zaak van iedereen. Dus als een rockster in een interview over zijn nieuwe tournee vragen krijgt over het regeringsbeleid, dan beantwoordt hij die zonder aarzelen. “De Fransen voelen zich verraden”, analyseerde zanger Eddy Mitchell onlangs in Zondagskrant Le Journal du Dimanche de staat van de sinds 2012 regerende Parti Socialiste. Met zijn teksten over de kleine man die worstelt met de baas en de consumptiesamenleving heeft Mitchell enig recht van spreken, legde de interviewer zijn lezers uit. “Francoise Hollande was voor miljoenen mensen een verademing. Maar er is niets gebeurd”, vervolgde de vertolker van de hit ‘Vielle Canaille’ zijn klaagzang. Daarna kwam de intrigerende klapper die alle andere Franse media haalde: “Als Hollande en Valls links zijn, dan ben ik een pastoor.”
De verzuchting van de man die met Johnny Hallyday in Frankrijk seks, drugs en rock-‘nroll introduceerde, hoor je vaker dezer dagen: de Parti Socialiste is sinds het aantreden van Francoise Hollande als president van Frankrijk niet links meer.
Nu is het belangrijk te beseffen dat in de hoofden van Fransen het onderscheid tussen links en rechts zich nog wat scherper aftekent dan in Nederland, of veel andere West-Europese landen. Dat zal ongetwijfeld te maken hebben met de meer revolutionaire antecedenten van de Franse socialisten en met het intrinsiek polariserende kiesstelsel waarin in de tweede ronde ‘links’ (de PS of één van haar partners), doorgaans tegenover ‘rechts’ (de Republikeinen van Sarkozy of aanverwante partijen), uitkomt. Maar hoe het ook zij, of Hollande en zijn premier Manuel Valls nu lastenverlichting voor die vermaledijde bazen aankondigen, liberalisering van de notarismarkt bepleiten of een poging doen uitkeringsfraude aan te pakken, steeds is er diezelfde kritiek van binnen en buiten de partij: de PS is niet links meer.

Verdeeld tot op het bot

Sinds het aantreden van Hollande in 2012 heeft de PS vier verkiezingen op rij verloren. De President zelf is volgens opiniepeilingen de minst populaire uit de geschiedenis van de in 1958 begonnen Vijfde Republiek. De steun hij als vader van de natie en personificatie van de Republiek kreeg na de aanslagen in Parijs eind 2015, bleek van zeer tijdelijke aard en zegt misschien meer over het Franse patriotisme en de hang naar een sterke leider, dan over de bindende kwaliteiten van de President zelf.
Feit is dat de PS er nu bijna vier jaar regeringsverantwoordelijkheid er slecht voor staat. De partij is op wezenlijke thema’s, zoals het economisch beleid of de antiterreurmaatregelen diep verdeeld. En met een nog steeds groeiende Front National is de kans groot op een herhaling van wat ‘het trauma 21 april 2002’ is gaan heten: toen haalde niet PS-kandidaat Lionel Jospin de tweede verkiezingsronde van de presidentsverkiezingen, maar toenmalig FN-leider Jean-Marie Le Pen. In mei 2017 gaan de Fransen opnieuw naar de stembus, en zoals het er nu naar uitziet zou de kandidaat van de PS (of enig andere linkse kandidaat) de tweede stemronde niet halen en worden linkse kiezers gedwongen te kiezen tussen Le Pens dochter Marine en de kandidaat van de Republikeinen, opnieuw Sarkozy of oud-premier Alain Juppé.
De snelle afkeer van Hollande heeft voor een deel te maken met de manier waarop hij in 2012 Presidentskandidaat is geworden. Toen de gedroomde gegadigde voor die post, Dominique Strauss-Kahn, afviel en de socialisten voorverkiezingen organiseerden, kwam Hollande als minst omstreden, maar ook minst uitgesproken kandidaat bovendrijven. Elf jaar lang was hij eerst Secretaris (Partijvoorzitter), van de PS geweest en al die tijd had hij zich doen gelden als een gematigd sociaaldemocraat, die een synthese zocht tussen de in de partij nog altijd zeer aanwezige klassiek-revolutionaire geluiden en de hervormde vleugel die vooral inspiratie zocht bij de transformatie van de SPD in Duitsland.
Maar met synthese is het moeilijk campagnevoeren. Om de steun van de toen al morrende linkervleugel te behouden en kiezers weg te trekken bij ‘la gauche de la gauche’ ( het radicale Front de Gauche, van voormalig PS-Senator Jean-Luc Mélenchon), werd Hollandes discourts tegenover Nicolas Sarkozy in de aanloop naar de verkiezingen van 2012 steeds klassieker socialistischer. Hij beloofde een eind te maken aan bonussen in het bedrijfsleven, kondigde een belasting van 75% voor topinkomens aan en bepleitte grootschalige investeringen om de groei aan te zwengelen.

DE LINKERVLEUGEL VAN DE PS VINDT HOLLANDE TE RECHTS

De bijbehorende retoriek wordt hem door de linkervleugel nog altijd nagedragen. In een beroemd geworden toespraak in Le Bourget, even buiten Parijs, ging hij in januari 2012 tekeer tegen ‘de wereld van het geld’, die zijn ‘werkelijke tegenstander’ was. “Hij heeft geen naam , geen gezicht, geen partij en zal zich nooit kandideren of verkozen zijn, en toch regeert hij”, aldus een ontvlamde Hollande, zoals niemand hem ooit had gezien.
Van het investeringsplan bleef na de zijn verkiezing niet veel over, toen bleek hoe slecht de Franse financiën ervoor stonden. Het werd vooral zaak om de begroting binnen de regels voor de eurozone te krijgen en zo de dialoog met Duitsland gaande te houden. De belasting van 75% kwam er, maar werd internationaal mikpunt van kritiek. Niet alleen acteur Gérard Depardieu dreigde het land te verlaten, ook de baas van één van Frankrijks meest succesvolle multinationals, Bernard Arnault van luxe-concern LVMH, wilde zijn geld (in België) onderbrengen. De symbolische maatregel die na kritiek van de Grondwettelijke Raad werd afgezwakt en uiteindelijk eind 2015 een stille dood stierf, was “Cuba zonder zon”, vond zelfs Hollandes meest naaste adviseur Emmanuel Marcon, die later minister werd.
Dat bovendien niet de hele PS de wereld van het grote geld als ‘tegenstander’ beschouwde, bleek al vroeg in een voor Hollandes presidentschap desastreus schandaal rond de minister van Begrotingsbeleid, Jéróme Cahuzac. De man dei de strijd tegen zwart geld en belastingontduiking in zijn portefeuille had, bezat zelf bankrekeningen in Zwitserland en Singapore en moest afreden.

Valls: populair onder de Fransen, gehaat binnen de PS

Het echte keerpunt kwam in 2014. Achtervolgd door zijn impopulariteit, privébesognes en vooral een nog altijd stijgende werkloosheid en uitblijvende groei, kwam Hollande in zijn Nieuwjaarspersconferentie op 13 januari, tamelijk onverwacht uit de kast als hervormer. Hij kondigde een “Pacte de responsabilitié” aan: in ruil voor nieuwe banen kregen werkgevers miljarden aan lastenverlichting en minder bureaucratie aangeboden. Na jaren waarin de Franse industrie achterstand had opgelopen op de Duitse, zou de Franse economie zo weer concurrerender moeten worden, zei hij. “Hollande bevrijd”, kopte Libération, een krant die zich al langer niet meer ‘socialistisch’, maar (zoals Hollande) ‘sociaal-democratisch’ noemt. De conservatieven krant Le Figaro zag in Hollande even ‘Winston Churchill en Tony Blair verenigd’. In een land waarin werkgevers in spotprenten nog met een dikke sigaar zwemmend in het geld worden afgebeeld, is een socialist die samenwerkt met het bedrijfsleven bijna revolutionair.
Maar met de draai nam de onrust bij de linkervleugel van de PS toe. Die werd nog iets groter na de dramatisch verloren gemeenteraadsverkiezingen van twee maanden later, maart 2014. Dat verlies was volgens een deel van de partij het gevolg van de ‘austérité: het strikte begrotingsbeleid om aan de Europese regels te voldoen en de Frans-Duitse as draaiende te houden. Hoe vaak Hollande minister van Financiën Pierre Moscovici ook zei dat het met bezuinigen in Frankrijk vergeleken met landen als Spanje en Griekenland nogal meeviel, binnen de PS kreeg het idee dat de socialisten door toedoen van het ‘neoliberale’ Brussel niet meer in staat waren tot eigen beleid steeds meer steun.
Nadat de PS tientallen steden, waaronder van oudsher socialistische bolwerken als Limoges, aan rechts had verloren en tien (van de ruim 36.000) gemeenten naar het FN gingen, restte Hollande niet veel anders dan zijn premier te vervangen. Maar de benoeming van de als vernieuwer bekend staande Manuel Valls, als opvolger van de ietwat grijze Jean-Marc Ayrault was meer dan een wisseling van de wacht. Wist de gematigde Ayrault de verschillende ‘courtants’ (stromingen) en éléphants (mastodonten) van de partij nog enigszins bij elkaar te houden. Valls was voor een deel van de partij op voorhand verdacht en werd de personificatie van Hollandes nieuwe beleid, dat inmiddels sociaal-liberaal was gaan heten. Als voormalig burgemeester in een Parijse banlieue is Valls pleitbezorger van een harde aanpak van criminaliteit en van strenge regels voor immigratie en integratie om het Franse model te kunnen behouden.
Valls, leerling van oud-premier Michel Rocard – de man van het ideologisch pragmatischer ‘deuxiéme gauche’ tijdens de tweede presidentstermijn van Mitterrand – was in 2011 één van de zes kandidaten bij de voorverkiezingen voor de presidentskandidatuur bij de PS. Hij had daarvoor al opzien gebaard tijdens een interview op de Franse tv: ‘Parti Socialiste, dat is achterhaald. Dat betekent niets meer, Het socialisme is een prachtig idee geweest, een schitterende utopie. Maar het was een utopie die bedacht is tegen het kapitalisme van de negentiende eeuw!’ Een standpunt dat hij sindsdien regelmatig herhaalde. Het draait voor hem niet zozeer om de partijnaam, als wel om inhoudelijke vernieuwing, ‘het moderniseren van het gedachtegoed’. Daar was het onder Francoise Hollande als Eerste Partijsecretaris, namelijk niet echt van gekomen. De PS was verenigd in het verzet tegen het beleid van President Nicolas Sarkozy, maar had ingrijpende keuzes voor zich uitgeschoven.
Dat Valls in zijn eigen partij geen grote steun geniet, bleek al bij die voorverkiezingen. Hij haalde in de eerste ronde slechts 5,6% van de stemmen en sloot zich toen aan bij het kamp van Hollande, waarvan hij de woordvoerder werd. Maar nadat Hollande hem aanstelde als premier om zijn presidentschap vlot te trekken, bleek Valls volgens de maandelijks gepubliceerde opinieranglijsten wel één van de populairste politici van het land. Onder de Fransen deed en doet hij het verhoudingsgewijs goed. In zijn eigen partij bleef hij geregeld onder vuur liggen, bijvoorbeeld toen hij met de slogan: ‘J’aime l’enteprise’, verklaarde dat niet de overheid, maar het bedrijfsleven banen dient te creëren.
Hetzelfde geldt voor een andere vernieuwer, die later in 2014 een ministerspost kreeg. Emmanuel Marcon, ooit nota bene zakenbankier bij Rothschild en vanaf 2012 plaatsvervangend Secretaris-Generaal op het Élysée, werd in september door Hollande benoemd tot minister van Economische Zaken, na muiterij over het economische beleid.

De frondeurs, de arbeidersstem en het FN 

Gelijktijdig werden drie ministers die het bezuinigingsbeleid opnieuw ter discussie hadden gesteld uit de regering gezet. Zij hadden zich solidair verklaard met de zogenaamde ‘frondeurs’ (rebellen), die de ontwikkeling van de SPD in Duitsland, Labour in het Verenigd Koninkrijk en ook de Partij van de Arbeid in Nederland als angstwekkend voorbeeld stelden. “Sociaal-liberaal links is daar de nuttige idioot van rechts geworden”, zei oud-partijvoorzitter Henri Emmanuelli, nu één van de frondeurs, in 214 op een onstuimige partijdag in kustplaats La Rochelle. ‘De premier weet uitstekend dat we in 20112 niet de verkiezingen hebben gewonnen met een sociaal-liberale agenda.’
De frondeurs putten inspiratie uit bijvoorbeeld Jeremy Corbyn in het Verenigd Koninkrijk en Bernie Saunders in de Verenigde Staten in een poging uiterst links, dat zich met de afscheiding van Mélenchon niet meer thuis voelt in de PS, weer aan boord te krijgen.

DE SCHEDING TUSSEN PRAGMATISCH LINKS EN GETUIGENIS-LINKS IS AL LANG DEFINITIEF

De scheiding is echter al lang ‘definitief’, oordeelt Gilles Finchelstein van de Fondation Jean-Jaurés, een aan de PS gelieerde denktank in zijn net verschenen boek Piége d’identité: Réflexions (inquiétes) sur la gauche, la démocratie.  In een interview met het weekblad L’Obs wees hij er onlangs op dat dit ‘duel’ tussen pragmatisch links en getuigenis-links zich overal in het Westen voordoet.
In de strijd om de ziel van de partij is de vrees voor het opkomende Front National omnipresent. Sinds Marine Le Pen in 2011 de leiding van de nationaal-populistische partij van haar vader overnam, zijn economische thema’s voor de kopstukken van de partij steeds belangrijker geworden. Voormalig Secretaris-Generaal Steeve Brois, nu burgemeester van de Noord-Franse gemeente Hénin-Beaumont, noemt het FN ‘de ware erfgenaam van Jean Jaurés, één van de iconen van het Franse socialisme. Met veel nadruk op economische protectionisme, bescherming van de kleine man en vertrek uit de eurozone, heeft het FN volgens kiezersonderzoeken het leeuwendeel van de arbeidersstemmen bij de PS weggekaapt. Verschillende kopstukken van het FN hebben een achtergrond in de radicale linkse vakbond CGT.

Hollande: een revolutionair ondanks zichzelf

Niet het minst om de vrede in eigen huis enigszins te herstellen, maakte Hollande zich in de zomer van 2015 in Europees verband sterk voor een nieuw reddingsplan voor Griekenland. Met intensieve en zelfs praktische beleidssteun aan Syriza-premier Alexis Tsipras tegenover de Duitse eisen kreeg hij zelfs voor even weer de steun van de frondeurs. Tevergeefs, toen ook Syriza scheurde langs de lijnen van het door Finchelstein beschreven ‘duel’, werd de opgestapte Griekse minister van Financiën Yanis Varoufakis de nieuwe held van de linkervleugel van de PS en mocht hij zelfs spreken op de traditionele ‘Féte de la Rose’ van de door Hollande weggestuurde Industrieminister Arnaud Montebourg.
Met de benoeming van Marcon als opvolger van Montebourg zetten Hollande en Valls hun vernieuwingskoers juist verder door. Al in zijn eerst week lag de nieuwe minister onder vuur, omdat hij één van de kroonjuwelen van links ter discussie had durven stellen: de 35-urige werkweek. Fransen werken gemiddeld nauwelijks minder dan andere Europeanen, maar de overuren die uitbetaald moeten worden zijn door veel bedrijven een zware aderlating en maken Frankrijk volgens hem minder concurrerend. Daarom presenteerde hij een nieuwe wet om de Franse economie weer op gang te helpen, met onder andere versoepeling van de Zondagsopenstelling van winkels en liberalisering van het busvervoer op de lange afstand.
Deze ‘Loi Marcon’ was koren op de molen van de frondeurs en heeft de onvrede in de PS alleen maar verder gevoerd. Omdat er biet genoeg steun was binnen zijn eigen partij, en de rechtse oppositie uit politieke overwegingen niet wilde meestemmen, moest Valls een beroep doen op Grondwetsartikel 49.3, een soort joker die de Franse regeringen kunnen inzetten om een stemming te omzeilen.
Ook voor het laatste grote hervormingsproject van Hollandes presidentschap, de versoepeling van de Arbeidswetgeving, heeft de verantwoordelijke minister, Myriam El Khomri, al gedreigd ondanks het vele verzet de maatregelen desnoods zonder parlementaire stemming door te voeren. Haar plannen die de Franse arbeidsmarkt moet dynamiseren, maken alsnog de facto een eind aan de 35-urige werkweek doordat werkgevers en werknemers (en niet altijd via de vakbonden) meer mogelijkheden krijgen om op bedrijfsniveau van de landelijke regels af te wijken.
“Als links zichzelf niet opnieuw uitvindt, dan kan links uitsterven”, waarschuwde Manuel Valls al in 2014. En dat is wat hij nu, met Hollande ‘regerenderwijs’  doet. Francoise Hollande is zo op het Élysée ‘een revolutionair geworden ondanks zichzelf’, concludeerde politiek analist Francoise Fressoz onlangs in Le Monde. Volgens Le Figaro begint hij op een Franse Gerhard Schröder te lijken, die ‘eerst zijn eigen kamp overhoop gooide en verwarde, maar uiteindelijk Duitsland hervormde’.
Maar Hollande weet dat de hervormingen in Duitsland de SPD er niet populairder op hebben gemaakt. Wil hij bij de verkiezingen van 2017 enige kans maken, dan is het voor alles zaak om de tweede stemronde te halen. Daarvoor heeft hij de steun van heel links nodig. De frondeurs, die onder aanvoering van oud-minister en partijvoorzitter Martine Aubry (de moeder van die 35-urige werkweek), sinds de nieuwe arbeidswetgeving weer op ramkoers liggen, hebben daar een oplossing voor: nieuwe voorverkiezingen, die net zoals in 2011 bepalen wie de verenigde linkse kandidaat wordt. Dat is voor hen niet automatisch Francoise Hollande.

Peter Vermaas, Correspondent in Frankrijk voor NRC Handelsblad

Uit Socialisme en Democratie, Nummer 2 April 2016

peter_vermaas_-_frankrijk_partij_mokt_over_hervormende_voorhoede1