Door op 17 november 2015

Met elke bom op IS raakt de politieke oplossing verder weg, Bastiaan van Apeldoorn

 

 

 

 

 

 

Waarom bombarderen we IS? Vanwege de mensenrechtenschendingen en de terroristische dreiging zegt het kabinet. Volgens Bastiaan van Apeldoorn een naïeve en onjuiste gedachte. Deze nieuwe fase in de zich almaar voortslepende “war on terror” zal de situatie in het Midden-Oosten alleen doen verslechteren. De enige uitweg is een politieke oplossing waarbij de grieven van de Soennieten weggenomen worden.

Eind oktober klopte het ministerie van Defensie zichzelf op de borst met het bericht dat een Nederlandse F-16-piloot de leiding had gehad over een succesvolle bombardementsmissie in Noord-Irak van in totaal vijftien vliegtuigen (waaronder een Amerikaanse B-1 bommenwerper). De oorlog tegen de Islamitische Staat (IS) die president Obama begin september aankondigde als een langdurige campagne met als einddoel vernietiging van de terreurorganisatie, is inmiddels in volle gang, en wel met een ongekend strijdlustige maar voor overige beperkte Nederlandse militaire deelname. Maar aan welke oorlog doen we eigenlijk mee en waarom?
In de week dat het kabinet besloot tot de inzet van F-16’s erkende Diederik Samsom dat de   terrorismedreiging in Nederland nu toe zou kunnen nemen. Hij vertolkte echter het gevoel van velen toen hij daaraan toevoegde: “Niets doen maakt het nog erger. Dan wordt het gevaar, ook in onze straten, wellicht nog groter.” “Iets” werd dus al snel actieve deelname aan door de VS geleidde “coalitie van bereidwillige”. En inderdaad heeft Nederland zich zelden zo bereidwillig getoond. Maar met de Jihadisten in het vizier van de F-16’s lijkt het verstand wel op nul gezet. Hoe weet de leider van de sociaal-democraten eigenlijk zo zeker dat het zonder bombarderen nog erger wordt? Of zal dit eerder een kwestie worden van dat we met de “kennis van nu” achteraf gezien toch niet zo goed wisten?
Waarom zouden de strijders van IS – waar tot de zomer bijna geen Nederlander van gehoord had – nu ineens een vijand die vernietigd dient te worden? Of zoals VVD-buitenlandwoordvoerder Han ten Broeke het uitdrukte, onkruid dat gewied moet worden. Hieronder beargumenteer ik dat IS geen bedreiging vormt voor onze veiligheid en dat de terreurgroep in de regio weliswaar dood en verderf zaait, maar dat IS noch het enige, noch het grootste probleem vormt. Ten tweede toon ik aan dat de oorlog tegen IS in de eerste plaats een Amerikaanse oorlog is, gevoerd vanuit Amerikaanse machtspolitieke motieven en onderdeel van wat uitzichtloze en eindeloze “oorlog tegen terreur is geworden.

Nederlandse argumenten voor deel name

Een veelgehoord argument voor de oorlog lijkt te zijn dat we toch iets moesten doen om de barbarij waar IS voor staat te stuiten. Hier lijken morele verontwaardiging en een superioriteitsgevoel voorop te staan, in die zin dat er een binaire constructie van beschaving versus barbarij aan ten grondslag ligt. Ja, we moeten meedoen aan deze oorlog want: “ze onthoofden mensen!” hoor je met enige regelmaat iemand roepen in de media. Daarbij lijkt de onthoofding van Westerlingen de doorslag te geven (om niet-Westerse levens maken we ons toch echt minder druk). Ook Nederlandse politici, het kabinet incluis, bedienen zich kennelijk van de retoriek van de morele verontwaardiging over de barbaarse daden van IS. Zo zei premier Rutte in zijn toespraak voor de VN in september: ‘The horryfying images of mass executions and beheadings in the region are burned into our memories’, en dat zou de noodzaak onderstrepen ‘to act boldly and decisively’.
Maar het enkele feit dat onschuldigen onthoofd worden, is uiteraard geen grond voor het voeren van een oorlog. In Jeddah worden wekelijks mensen onthoofd, maar over deze praktijken van handelspartner en Westerse bondgenoot Saoedi-Arabië horen we maar zelden. Hebben we dan echt zo’n vertrouwen in de Saoedische rechtstaat dat we er zeker van kunnen zijn dat al deze onthoofden schuldig waren (nog afgezien van de barbaarsheid van de straf zelf)? Veel van de onthoofdingsslachtoffers van het Saoedische regime zijn Aziatische dienstmeisjes, die bijvoorbeeld na jaren van mishandeling het recht in eigen handen hebben genomen. En is het niet eveneens een daad van barbarij als Pakistaanse kinderen in Noordwest-Waziristan door vanuit Amerikaanse drones afgevuurde ‘Hellfire-raketten aan flarden  worden geschoten? Aan een ander front van de mondiale oorlog tegen de terreur begaan de door het Westen gesteunde Nigeriaanse regeringstroepen volgens Amnesty International regelmatig oorlogsmisdaden en gruweldaden in de strijd tegen de Islamitische terreurgroep Boko Haram. Maar deze ‘beelden’ branden niet op ons netvlies omdat we ze niet eens gezien hebben. De barbarij is overal en soms hoeven we slechts voor in de spiegel te kijken. Niet dat het allemaal één pot nat is, of dat de moordpartijen of kruisigingen en slavernijpraktijken van IS niet onze scherpste veroordeling eisen. Maar dat maakt oorlog nog geen oplossing en “ze onthoofden mensen” nog geen valide argument.

IN SAOEDI ARABIË WORDEN WEKELIJKS MENSEN ONTHOOFD, MAAR DAAR HOREN

Misschien, zo zullen velen opwerpen, is er meer aan de hand dan alleen selectieve morele verontwaardiging en zijn de mensenrechtenschendingen van IS van een dusdanige schaal en gruwelijkheid dat zij mogelijk ingrijpen zouden rechtvaardigen. Dit humanitaire argument wordt ook door het kabinet aangevoerd in zijn Artikel 100-brief aan de Tweede Kamer. Het doel van de Nederlandse deelname aan de strijd tegen IS zou onder meer zijn: “Het voorkomen en beëindigen van ernstige schendingen van fundamentele mensenrechten door ISIS.” hierbij wordt eveneens naar “genocide” verwezen, die al “hoogstwaarschijnlijk” zou hebben plaatsgevonden.
Afgezien van het feit dat voor dit laatste geen bewijzen zijn, is het vooral de vraag of men via bombardementen dit geconstateerde humanitaire leed effectief kan stoppen of erger, zoals een daadwerkelijk genocide, kan voorkomen. Mogelijk was dit het geval toen de VS in augustus luchtaanvallen uitvoerden op stellingen van IS teneinde de op een berg omsingelde Yezidi’s te ontzetten. Als de Amerikanen het daarbij hadden gelaten, was het humanitaire argument overtuigender geweest. Maar ook toen ging het de VS om meer. Vandaar de aankondiging van een langdurig luchtoffensief (naar verwachting tot zeker in de ambtstermijn na Obama’s opvolger). Dit alles heeft echter weinig met het voorkomen van genocide te maken. Van een degelijke dreiging is op dit moment ook geen sprake. Wel van ernstige mensenrechtenschendingen, maar die gaan met de bombardementen onverminderd voort.

Een bedreiging voor de veiligheid?

Indien het helpen van volkeren in nood niet opgaat, is bombarderen dan misschien noodzakelijk vanwege de bescherming van de Nederlandse belangen en onze nationale veiligheid? Ook dit argument wordt door het kabinet aangedragen, en is tweeledig. In de eerste plaats wordt, teruggrijpend op het eerste barbaarse gevaar, gerept van een algemene bedreiging voor onze beschaving, of zoals vicepremier Asscher het uitdrukte: “ISIS heeft de ambitie om wereldwijd de aanval te openen op onze manier van leven”. Weinig meer dan holle retoriek, want hoe ziet de aanval er dan uit en hoe wordt onze manier van leven precies bedreigd?
De opstandelingen van IS zijn nog niet eens in staat aldaar een levensvatbare staat te creëren, laat staan dat het IS-leger via Turkije en de Balkan op zal rukken richting de Rijn. Het leven hier gaat gewoon door. Behalve als je natuurlijk te boek staat als radicale moslim, je onder verscherpte controle komt van de AIVD en je paspoort en of kinderen ineens zonder tussenkomst van de rechter van je afgenomen worden.
Het tweede, preciezere veiligheidsargument is dat het gevaar vooral schuilt in terugkerende Nederlandse Jihadisten of anderen die zich door IS zouden laten inspireren en over zouden kunnen gaan tot het plegen van terreurdaden. Ook de Nederlandse regering voert dit argument aan. Zij stelt dat deze oorlog nodig is vanwege de “dreiging die uitgaat van Jihadisten in Syrië en Irak”, opdat “de slagkracht van ISIS (zal) worden gebroken en de ideologische aantrekkingskracht (zal) worden aangetast. Ondertussen worden door het sturen van F16’s deze terugkerende Europese Jihadisten niet tegengehouden noch weerhouden van het plegen van aanslagen op Nederlandse bodem. Nu we het “kalifaat” tot vijand hebben verklaard, neemt de kans daarop juist toe. Hoewel het in dit verband ook goed is op te merken dat IS zelf tot op heden voor zover bekend geen enkele aanslag op Westerse doelen heeft beraamd.
Vormt IS dan helemaal geen probleem of bedreiging, ook niet op het slagvels? Natuurlijk wel, maar we moeten dit wel plaatsen in de context van een hele regio, die al jaren door sektarisch geweld geteisterd wordt. Een conflict waar zowel de inmenging van regionale mogendheden als Saoedi-Arabië, Qatar en Turkije als de naweeën van de Amerikaanse Irak-oorlog de boel alleen maar verergeren. Binnen dit complexere geheel is IS slechts één van de partijen die zich schuldig maken aan “barbaarse” prakijken of oorlogsmisdaden.
Zoals algemeen bekend heeft Assad – die door deze interventie opnieuw steviger in het zadel wordt geholpen – nog steeds veel meer doden op zijn geweten. Maar ook de veelal Sjiitische soldaten van het Iraakse leger hebben regelmatig huisgehouden onder de Soenitische bevolking (waar de opkomst van IS dus weer mede een gevolg van is). En ook Koerdische strijders maken zich mogelijk schuldig aan oorlogsmisdaden. Natuurlijk is het simplistisch en gevaarlijk om alles en iedereen over één kam te scheren.
Maar het is eveneens dom en kortzichtig om er een eenduidige strijd van goed en kwaad van te maken en IS tot het absolute kwaad te verheffen. Bovenal is het belangrijk te onderkennen dat in het Irak van na Saddam de Soennieten systematisch het onderspit hebben gedolven en dat IS-strijders in het huidige sektarische conflict vooral de stoottroepen zijn van een grotere Soenitische bevolkingsgroep die voor zijn rechten strijdt. Hun achterstelling en onvrede zal met de huidige burgeroorlog alleen maar toenemen.
En bovenop al dat geweld komt dus nu weer het geweld van Amerikaanse Tomahawkkruisraketten, F-22’s en een enkele Nederlandse F-16. Uiteraard vallen ook hierbij burgerslachtoffers, ‘collateral damage’ blijkt altijd onvermijdelijk. Zelfs als de Syrische burgers de bombardementen van Assad en de terreur van IS overleven, kunnen ze slachtoffer worden van een “verdwaalde” Amerikaanse kruisraket die “per ongeluk” op hun huis valt. Voor Irakezen geldt hetzelfde. Obama is de vierde president op rij die Irak bombardeert. Is het land er ook maar één haar beter van geworden? Zijn vrede en stabiliteit in de regio een stap dichterbij gebracht? Is het lot van de gewone Irakees in enge mate structureel verbeterd?
Deze vragen lijken in Den Haag niet eens gesteld te worden. In plaats daarvan leeft de regering met steun van een overgrote meerderheid in Kamer kennelijk in de illusie dat onze deelname aan deze oorlog een bijdrage levert “aan het de-escaleren van de situatie in de regio”. Al geeft het kabinet in dezelfde brief toe “dat militaire inzet radicalisering en sektarische onrust op korte termijn in de hand werkt, zowel in de regio als in Nederland. Terwijl in diezelfde brief geen enkele reden gegeven wordt waarom het op de lange termijn wel goed zal uitpakken. Die reden is er dan ook niet. Integendeel, als we de oorlog bekijken in het licht van de grotere oorlog waarvan hij deel uitmaakt, namelijk die tegen terreur, wordt helder dat een langetermijnvisie in het geheel ontbreekt.

Alweer een Amerikaanse oorlog

Al doen er (op papier) nog zoveel landen mee aan deze coalitie, duidelijk is dat deze langdurige militaire campagne in de eerste plaats een Amerikaanse gelegenheid is: geïnitieerd door de VS, geleid door een Amerikaans ‘Command and Control Center in Qatar en voor het overgrote gedeelte uitgevoerd door de Amerikaanse luchtmacht en “Special Forces”. Uiteraard zijn de Nederlandse verantwoordelijke bewindslieden zich hier terdege van bewust. Vicepremier Lodewijk Asscher liet tijdens de persconferentie over de Nederlandse deelname aan deze oorlog in het Midden-Oosten weten: “We staan aan de kant van de Amerikanen.” Nederland is slechts een kleine onderaannemer. Een Amerikaanse oorlog wordt uiteraard vanuit Amerikaanse motieven gevoerd. Dus in welke oorlogsstrategie laten wij ons meezuigen?
Met de nieuwe campagne tegen IS voegt Obama een nieuw hoofdstuk toe aan wat nu, dertien jaar na elf september, een eindeloze oorlog tegen terreur is geworden. Alhoewel Obama eerder aankondigde dat de War on Terror toch een keer moest eindigen, is die opzet dus faliekant mislukt. Eigenlijk hoeft dat ook helemaal niet te verbazen want ondanks Obama’s oprechte intenties om te leren van het mislukte militaire avonturisme van zijn voorganger, is het idee dat hij een non-interventionist zou zijn vooral een Republikeinse mythe. Als we terugkijken op de afgelopen zes jaar zien we niet alleen dat Obama vanaf het begin een oorlogspresident is geweest, maar ook dat zijn buitenlandbeleid zich in algemene zin kenmerkt door het militarisme van zijn voorgangers.
Hoewel de winnaar van de Nobelprijs voor de Vrede de troepen in Irak eind 2011 volledig terugtrok, verdrievoudigde hij het aantal troepen in Afghanistan. Terwijl die inmiddels jammerlijk mislukte ‘counterinsurgency’ weer werd afgebouwd, breidde Obama de drone-oorlog uit van Pakistan naar Jemen en Somalië – wat we kunnen beschouwen als de “War on Terror 2.0” na de eerste versie van Bush, Obama haalde de ‘counterterrorism’-operaties in beide laatste landen in zijn speech aan als successen die model zouden moeten staan voor de nieuwe campagne tegen IS. Wie Obama’s maatstaf van succes wil begrijpen zou in die betreffende landen eens een kijkje moeten nemen: de oorlog met onbemande vliegtuigjes heeft inmiddels al geleid tot duizenden doden (waaronder vele burgers) en een nieuwe voedingsbodem (alsof we die nog nodig hadden) voor terrorisme gecreëerd. En nu laat Obama zich dus, ondanks zijn kritiek op de Irakoorlog destijds als een ‘dumb-war’ en ondanks zijn herhaalde wens om het hoofdstuk af te sluiten, toch weer terugzuigen in datzelfde Irakmoeras.

DE AMERIKANEN ZIJN IN DERTIEN JAAR GEEN STEEK VERDER GEKOMEN

Wat  ons hierbij het meest zou moeten verontrusten is dat de gevolgen van de eerdere Irakoorlog – te weten het ontstane machtsvacuüm dat werd ingenomen door groepen als IS – als rechtvaardiging gebruikt worden voor het voeren van een nieuwe oorlog in het Midden-Oosten, de “War om Terror 3.0). Het Amerikaanse buitenlandbeleid komt dus elke keer als een boemerang terug, door de CIA treffend ‘blowback’ genoemd. Overal waar het terrorisme succesvol bestreden wordt, steekt het elders weer de kop op. De “Long War”, die de neoconservatieven destijds al aankondigden, is dus niets anders dab een selffulfilling prophecy.
Ook de nieuwe strijd tegen IS zal weer een eigen blowback genereren. Zeker is dat het plan om IS te vernietigen een gebed zonder end zal blijken. De belofte om Al-Qaida te vernietigen en de Taliban te verslaan is evenmin ingelost. Sterker nog, de Amerikanen zijn volgens hun eigen juridische onderbouwing in dertien jaar nog steek verder gekomen. Is moet namelijk als dezelfde vijand worden beschouwd en is voor een gedeelte zelfs voortgekomen uit Al-Qaida. De huidige strategie biedt helaas geen enkel uitzicht op verbetering. De terreur van IS of van andere Soenitische groepen zal zich, zoals Al-Qaida eerder deed in Pakistan, het Arabische Schiereiland, de Hoorn van Afrika, Irak en Syrië, verspreiden of transformeren.
Na een aantal weken bombarderen is nu al duidelijk dat de campagne ook militair gezien weinig succesvol. En dat was ook te voorspellen. Sterker nog: de Amerikanen zelf, ook bij monde van Obama, hebben keer op keer gezegd dat de luchtmacht alleen het leger van IS niet effectief kon bestrijden en dat grondtroepen daarom nodig zullen zijn. De VS willen die echter niet leveren. Dus worden wapens geleverd aan lokale ‘proxy’s’ als de Koerden in Noord-Syrië.
Een slimme strategie? Nee, een buitengewoon slecht plan. Of de beelden van door IS buitgemaakte kisten met Amerikaanse wapens bestemd voor de Koerden nu authentiek zijn of niet, de geschiedenis leert dat wapens keer op keer in de “verkeerde handen” vallen of dat de ontvangers zich later tegen je keren. Zulke leveranties verbreden en verlengen de conflicten bovendien eerder dan dat ze de vrede dichterbij brengen. Zo hebben de Taliban de afgelopen jaren de Amerikanen vaak effectief bestreden met wapens die nog geleverd werden door Bush senior in de strijd tegen de Russen, en rijdt IS rond in hypermoderne Humvees die zijn buitgemaakt op het Iraakse leger.
Behalve aan de Koerden leveren de VS nu ook wapens aan andere gewapende Syrische oppositiegroepen. Tegelijkertijd bombarderen ze echter weer andere tegenstanders van Assad. Los van de vraag wie er nu eigenlijk precies gesteund worden en waarom, is het gevaar dus levensgroot dat het niet bij één of een paar incidenten zal blijven. Veel van het wapentuig dat nu gedropt wordt, zal of in de handen van IS vallen of uiteindelijk weer door anderen tegen de VS gebruikt worden. Zo zouden andere Soenitische strijders mogelijk het idee kunnen opvatten dat Obama de kant van de Sjiieten heeft gekozen. Hoe dan ook, het kruitvat van het Midden-Oosten nog verder vol stoppen met wapens, zal niet tot de door het Nederlandse kabinet gewenste de-escalatie leiden.

HET MIDDEN-OOSTEN VOLSTOPPEN MET WAPENS IS GEEN OPLOSSING

Hoewel Obama zich voorlopig niet lijkt te willen branden aan echt grondoffensief, is het niet uit te sluiten dat dit er sluipenderwijs toch van komt als het steunen van proxy’s inderdaad niet blijkt te werken. Het is vrijwel zeker dat inzet van grondtroepen – ook vanuit Amerikaans perspectief – op een enorme catastrofe uitlopen en dat de burgers van Irak of Syrië in elk geval niet zal helpen. Ondanks de lessen van Bush heeft Obama de grondoorlog in Afghanistan behoorlijk opgevoerd (tot honderdduizend troepen). Maar na de dertien jaar, vele duizenden doden en meer dan 1500 miljard dollar zijn de Taliban nog steeds niet verslagen en trekt Obama zich nu grotendeels terug.
De 130.000 Amerikaanse soldaten in Irak waren rond 2006 evenmin in staat de uitbraak van een bloedeigenere burgeroorlog te voorkomen. Door massieve inzet van een landmacht met honderdduizenden manschappen zou je theoretisch oorlog kunnen voeren tot de laatste strijders van IS. Afgezien van de enorme kosten in geld en vooral in mensenlevens zal elke keer blijken dat zodra de laatste strijder van IS. Afgezien van de enorme kosten in geld en vooral in mensenlevens  zal elke keer blijken dat zodra de laatste IS-militant “vernietigd” is er weer een nieuwe strijder zijn plaats inneemt: ofwel uit naam van de Islamitische Staat ofwel ter verdediging van de Soennieten. Wat de Amerikanen counterinsurgency (gepraktiseerd in zowel Vietnam als in Afghanistan) noemen, levert juist altijd weer brandstof op voor de insurgency en zal de opstandelingen moreel en getalsmatig eerder versterken.
Obama is zich bewust van deze beperkingen van zijn militaire strategie en ook van de eerstgenoemde risico’s van blowback. Waarom dan toch deze oorlog? Wat hier in een notendop tot uitdrukking komt, zijn de dilemma’s van het Amerikaanse imperium.
Natuurlijk kan Obama het boemerangeffect voorkomen door te kiezen voor non-interventionisme en zich terug te trekken uit het Midden-Oosten. Dit betekent wel het opgeven van de illusie dat de VS stabiliteit in het Midden-Oosten kunnen brengen. Op zich moet dit niet heel erg moeilijk zijn, aangezien de situatie na elke militaire interventie alleen maar verslechterd is.
Het betekent echter tevens afscheid van Amerika’s mondiale hegemonie. IS is niet zozeer een bedreiging voor de Amerikaanse veiligheid als wel voor de strategische belangen als leider en hoeder van de liberale wereldorde in het Midden-Oosten. IS vormt een directe bedreiging voor het olierijke Koerdistan: het enige relatief succesvolle gebied in het huidige Irak en een belangrijke bestemming van Westerse investeringen.
Een nog groter belang is de status en geloofwaardigheid van de VS als leidende supermacht. Niets doen of terugtrekken is geen optie, want dan geef je feitelijk je claim tot mondiaal leiderschap op. Niet voor niets een thema waar Obama op hamerde in de toespraak waarin hij de Amerikaanse oorlogsstrategie ontvouwde. En dus is hij, zijn eerdere beloften het tijdperk van oorlog te beëindigen ten spijt, weer aan nieuwe uitzichtloze oorlog begonnen. Het was verstandig geweest als Den Haag zich verdiept had in de machtspolitieke logica achter deze oorlog. Met de lessen van de failliete Westerse interventiepolitiek in het achterhoofd was men wellicht tot een andere keuze gekomen.

Wat kunnen we dan wel doen?

De situatie voor velen in de regio is ellendig en uitzichtloos. Inmiddels moge duidelijk zijn dat sektarisch geweld en de onderliggende geopolitieke rivaliteit tussen het Soenitische en Sjiitische machtsblok geen militaire oplossing kent en dat de Amerikaanse war on terror inderdaad een heilloze oorlog is waar Nederland geen deel van zou moeten willen maken. Maar wat kunnen we dan wel doen? Zijn er alternatieven?
Uiteindelijk is een nuchtere blik geboden. De mogelijkheden van buiten de regio om de burgeroorlogen in Syrië en Irak na zoveel jaren van verwoesting te beëindigen en in enige mate te stabiliseren zijn beperkt. Het is daarom al een hele stap vooruit als we ophouden de zaken erger te maken en ontkennen dat er alleen een politieke oplossing is. Op bescheiden schaal zou Nederland – wellicht in Europees verband  – daaraan bij kunnen dragen.
Allereerst kan Nederland het geld dat nu wordt gespendeerd aan de F16’s gebruiken voor royalere humanitaire hulp zoals het opvangen van de vele miljoenen ontheemden in de regio. Ten tweede moet de politieke druk op Bagdad tot het maximale worden opgevoerd. Behalve een vergelijk tussen de verschillende bevolkingsgroepen zal er in Irak een regering van nationale eenheid moeten komen waar ruimschoots plek is voor de zich terecht gekrenkt voelende Soennieten.
De strijdende partijen in Syrië zullen eveneens opnieuw rond de tafel gebracht moeten komen. Als de grootmachten van deze wereld (de VS, China, Rusland) zich samen met de EU hiervoor zouden inspannen, hoeft dat niet per se onmogelijk te zijn. Duurzame vrede is ook onder de gunstige omstandigheden nog heel ver. Waar Samsom denkt dat een interventie de situatie verbetert, durf ik te stellen dat met elke bom de broodnodige politieke oplossing verder uit beeld raakt. We kunnen natuurlijk blind blijven voor de gevolgen en de achteruitspiegel van de geschiedenis consequent negeren, maar wie olie op het vuur gooit moet niet verbaasd opkijken als de brand verder uitslaat.

Bastiaan van Apeldoorn Hoofd Internationale Betrekkingen aan de Vrije Universiteit Amsterdam en (samen met Naná de Graaf) auteur van “American Grand Strategy and Corporate Elite Networks. The Open Door and it’s Variations since the End of The Cold War (Routledge)   

Uit Socialisme en Democratie, Jaargang 71 Nummer 6 December 2014