Door op 25 augustus 2016

Sterft, gij oude vormen en gedachten! Wimar Bolhuis

 

 

 

 

 

 

Lees dit artikel met een “Europese” inhoud en oplossingen voor de Partij van de Arbeid. (JK)

Dit is het laatste Themablok: Ideeën voor de verkiezingen

Een nieuwe agenda voor de PvdA

Gevoed door de teleurstellende peilingen zegt een deel van de leden dat de PvdA terug moet maar vroegere, socialistische ideeën. Voor het gemak vergeten deze reactionaire stemmen dat juist de PvdA is opgericht als doorbraakpartij waarbinnen progressieve mensen elkaar vonden in de visie om samen vooruitgang te organiseren. Ook vergeet men dat de SP in tegenstelling tot GroenLinks in de peilingen nauwelijks wint, hoewel juist die partij de PvdA-bewindspersonen constant bestookt met felle reactionaire retoriek. Geen win-win-strategie blijkbaar.
Er is geen keuze: de PvdA kan enkel progressief zijn. Het optimistische vooruitgangsgeloof en het samen willen benutten van moderne mogelijkheden tot verandering is de kern van de sociaal-democratie. Een partij zonder ideeënvorming, terwijl de wereld om haar  heen moderniseert, komt achteraan te lopen. Zeker nu er vele nieuwe kwesties van sociale onrechtvaardigheid zijn die om andere politieke oplossingen vragen. Een verlangen naar vroeger lost die moderne problemen niet op. Alleen dromen over de toekomst kunnen vooruitgang brengen. Vandaar deze aanzet voor een nieuwe PvdA-agenda.
Het rode fundament is dat de sociaaldemocratie zich inspant voor collectieve ondersteuning van de individuele vrijheid. Niet elke Nederlander heeft nu toegang tot vrijheidsgoederen, zoals een bestaansminimum bij pech of ongeluk, veiligheid, gezondheidszorg, huisvesting en onderwijs. Deze zijn wel noodzakelijk voor handelingsvrijheid en geven mensen, vooral samen met arbeid, de ruimte voor een gelukkig en goed leven. De PvdA moet pleiten voor een actieve ondersteunende staat die emancipeert, activeert en verzekert. Waar nodig verschaft de publieke sector mensen de vrijheidsgoederen waarmee ze gelijke kansen krijgen op eigen benen te staan. Kort door de bocht is de ondersteunende staat een vrijheidsmachine.
De grootste uitdaging is de zuchtende middenklasse, die het slachtoffer is van baanpolarisatie. Door technologisering en digitalisering wordt de verdeling van werk, inkomen en welzijn ongelijker. Nederland gaat naar een arbeidsmarkt met alleen een bovenkant en een onderkant. De middenklasse – het economische en sociale hart van Nederland – dreigt uit elkaar te worden getrokken door een gebrek aan werk: de salarisadministratie, magazijnlogistiek, bedrijfseconomische analyse, verzekeringsadministratie, klantenservice, de bankmedewerker, technisch controleur, en archiefmedewerker worden overgenomen door technologisering en digitalisering. Deze ontwikkeling zal worden versterkt door een nieuwe, groeiende digitaliseringskloof, waardoor een moderne, grotere kansenongelijkheid ontstaat.
Het oude verbindingsideaal krijgt zo nieuwe betekenis. Want verlies van de middenklasse is maatschappelijk en economisch onwenselijk: landen met een sterke middenklasse zijn innovatiever en kennen een hoger welzijn. Daarom tien rode lijnen voor een nieuwe PvdA-agenda:

1. Verdedig de Nederlandse humanistische traditie

Nederland kent met Erasmus, Spinoza, Hugo de Groot en Multatuli een grote traditie van humanistische denkers. In deze tijd van oplopende spanningen moet de moet de PvdA de grootste verdediger zijn van onze rechtsstaat, de democratie en de rechten van minderheden. Het tot op het bot gepolariseerde debat, waarin gematigden verliezen van radicalen, feiten verliezen van meningen en oplossers verliezen van ‘benoemers’. Is een dreiging geworden. Nederland lijkt op weg de gematigdheid, de reden en het humanisme te verstoten. De belangrijkste belager van humanistische waarden en menselijke waardigheid is nu de PVV, die geen vrijheid wil geven aan andersdenkenden.

2. Aanvullende pensioenopbouw en verzekering tegen arbeidsongeschiktheid voor alle werkenden

Het aantal werkende personen dat geen pensioen opbouwt of niet verzekerd is bij arbeidsongeschiktheid groeit. Dit is een tikkende tijdbom: sociaal-maatschappelijk en voor de overheidsfinanciën. De PvdA vindt het een kwestie van beschaving en solidariteit dat werkenden pensioen opbouwen en verzekerd zijn. De overheid moet daarom samen met werkgevers en opdrachtgevers één toegesneden sociaal arbeidsmarktbestel voor alle werkende Nederlanders organiseren, zodat iedereen een fatsoenlijk niveau van arbeidsrechtelijke bescherming, sociale zekerheid en pensioenopbouw heeft, met daarin keuze en maatwerk. Dit verhoogt de bestaanszekerheid van ruim één miljoen mensen. Het biedt ook een oplossing voor het feit dat (kwetsbare) mensen vaker wisselen tussen loondienst en ZZP-schap. Tot slot kunnen we de toekomstige rekening niet zomaar aan overige belastingbetalers laten toevallen. De grootste tegenstanders zullen VVD en D66 zijn. Zij vinden keuzevrijheid belangrijker dan bestaanszekerheid.

3. Leerplicht vanaf twee jaar, brede scholen, gemakkelijkere doorstroom en investeringen in niet elitair-onderwijs

De PvdA moet bepleiten dat kinderen vanaf twee jaar op de dagopvang spelenderwijs meer sociale en digitale vaardigheden gaan leren. Hierdoor stijgen de intellectuele en sociale capaciteiten van onze toekomstige beroepsbevolking en vermindert de ongelijkheid op latere leeftijd. Voor voortgezet onderwijs worden VMBO en HAVO samengevoegd, worden brede middelbare scholen georganiseerd en worden selectie- en keuzemomenten zover mogelijk naar achter geschoven en gebaseerd op objectieve centrale toetsen.
Barrières voor leerlingen die van school willen wisselen of een niveau hoger willen worden geslecht. Juist voor kinderen met ouders uit een lager sociaaleconomisch milieu moeten stapelmogelijkheden en omwegen in leertrajecten behouden blijven, zodat ‘late’ leerlingen vooruitgang kunnen realiseren. Het budget voor VMBO 3-4/ HAVO/ MBO wordt vergroot: daar valt voor de middenklasse de grootste economische en maatschappelijke winst te behalen, zeker gelet op baanpolarisatie.

DE MIDDENKLASSE DREIGT IN DE VERDRUKKING TE KOMEN, DAAR LIGT DE GROOTSTE UITDAGING

4. Meer werkgelegenheid en een kortere werkweek

De PvdA moet dienstencheques invoeren om laagbetaald (wit) werk aantrekkelijker te maken voor huishoudens. Het gaat dan om schoonmaakwerk en thuiszorg. De overheid verzorgt een belastingvoordeel voor ontvangers van dienstencheques, waardoor de werkgeverskosten maximaal € 10 per uur zijn. Maar de ontvangers krijgen een goed loon, zijn automatisch verzekerd tegen arbeidsongevallen en hebben recht op een vergoeding bij zwangerschap.
Tevens moet de PvdA zich inzetten voor meer werkgelegenheid in de publieke sector: er zijn meer begeleiders in de kinderopvang. leraren, conciërges, wetenschappers en schoonmakers van binnen- en buitenruimtes nodig. Zekere goedkopere kinderopvang is een vrijheidsgoed voor ouders.
Tot slot gaat de PvdA bepleiten om op termijn naar een vierdaagse werkweek te gaan. Enerzijds is dit arbeidstijdverkorting, zodat de werkgelegenheid stijgt. Anderzijds ontstaat er voor het individu meer tijd voor privéleven en bijvoorbeeld mantelzorg. Door de vrijheid van flexibel roosteren kunnen mensen werkuren, zorg, pensioen en verlof op lossere wijze en naar eigen wens invullen.

5. Meer investeringen in publieke R&D

De overheid spendeert nu miljarden om de private sector tot meer innovatie (R&D) te bewegen, maar de effectiviteit en doelmatigheid van deze subsidies is gering en bovendien daalt bij het bedrijfsleven de noodzakelijke schaalgrootte voor investeringen gestaag. De PvdA wil de publieke R&D-uitgaven verhogen. De focus moet liggen op radicale innovaties (doorbraaktechnologieën) door te kiezen voor fundamenteel onderzoek met ‘vaste’ financiering. Moderniseer tegelijk het openbare netwerk om deze nieuwe kennis gratis door Nederland te verspreiden. Ondernemers en bedrijven profiteren van deze extra publieke R&D-uitgaven, omdat de nieuwe kennis vrij beschikbaar is. Nederland zal dit commercialiseren via starts-ups die met radicale innovatie nieuwe markten openen of via bedrijven die met incrementele innovatie winnen op bestaande markten. Om internationaal met de besten mee te kunnen moet Nederland circa € 3 mrd in technologische en duurzame R&D investeren. Het aantal onderzoek- en promotieplekken wordt uitgebreid en de beloning verhoogd. De tegenstand tegen dit plan komt van VVD en D66, die publieke investeringen strijdig vinden met privaat ondernemerschap.

DE VIERDAAGSE WERKWEEK IS OM MEERDERE REDENEN EEN GOED IDEE

6. Geen ‘werkende armen’ meer door einde aan onnodige arbeidsmarktflexibilisering

Met een flexibele schil van 30%, veel groter dan nodig om vraagstukken op te vangen, is Nederland één van de meest flexibele OESO-landen. De PvdA moet vrijheid en flexibiliteit ondersteunen als die gewenst zijn door groeiende emancipatie en zelfstandigheid, maar niet als het enkel is om risico’s en kosten van bedrijven te drukken. Daarom moet de PvdA naar één minimumuurloon voor jongeren en volwassenen: zo’n vast uurloon legt een duidelijke sociale ondergrens, sluit beter aan bij de moderne arbeidsmarkt met deeltijders en Zzp’ers, en vermindert de huidige verdringing van uitkeringsgerechtigden door goedkope jongeren.
Tot slot dient de PvdA mensen aan de onderkant van de arbeidsmarkt beter te ondersteunen in hun wens zich naar de middenklasse op te werken. Daarom gaat de ondersteunende staat werklozen individuele scholing aanbieden voor groeiende sectoren, zoals onderwijs, financiële dienstverlening en de publieke sector.

7. Meer werk, gelijkheid en groei en eerlijkere belastingen

Het bewijs dat meer (sociale) gelijkheid rechtvaardiger én economisch verstandiger is, groeit en groeit: het verhoogt de economische groei, de gezondheid, sociale binding en geluk. De PvdA gaat pleiten voor lagere belastingen op werknemerschap om werkgelegenheid en koopkracht te stimuleren en een hogere belasting op milieu- en landschapsvervuiling, bedrijfswinsten, (verwaarlozing van) huizenbezit en groeiend en stilstaand vermogen. Dit beperkt schadelijk gedrag en kapitaalcumulatie zonder toegevoegde waarde en geeft ruimte om publieke uitgaven te vergroten. Tevens moet er meer progressiviteit komen in de vermogens- en inkomstenbelasting. Topinkomens weerspiegelen niet langer productiviteit, maar de marktmacht van de bedrijfstop: het vermogen om zonder correctie van aandeelhouders, personeel of CAO de eigen beloning te bepalen. Tot slot moet het (verplichte) oversparen in ons land omlaag, omdat dit de bestedingen van huishoudens en de economische ontwikkeling onnodig remt. Dit kan door de aftrekbaarheid van pensioenpremies te maximaliseren op een grens van tweemaal modaal en weer (gedeeltelijk) aflossingsvrije woninghypotheken toe te staan, terwijl de hypotheekrenteaftrek wordt afgebouwd om prikkels tot overlenen te verminderen.

8. Scholingsrechten, opleidingsplicht en dubbel leerrecht

Nederland moet toe naar een ‘lerende economie’ met een goed absorptievermogen van innovaties. Dit vergt een systeem van continue bijscholing van werkenden. De PvdA wil daarom dat werknemers een scholingsrecht krijgen en werkgevers een opleidingsplicht. Hiertoe sparen werkenden een persoonlijk scholingsbudget uit een percentage van de loonsom, waarbij het budget bij een baanverandering wordt overgedragen.
Een werknemer volgt elke drie jaar een cursus of opleiding in overleg met de (nieuwe) werkgever, die daarvoor werktijd beschikbaar stelt. Voor zelfstandigen komt er eenzelfde verplichte spaarregeling via de fiscus. Opname kan enkel bij bewijs van werkgerelateerde scholing.
Daarnaast wil de PvdA ouderen beter ondersteunen in hun ‘tweede carrière’ na het ouderschap en het doorwerken tot de (hogere) AOW-leeftijd. Daarom komt er een ‘dubbel’ leerrecht. Mensen krijgen recht op wettelijk collegegeld en studiefinanciering voor de eerste fase (‘jong leerrechten’) en de tweede fase (‘middelbare leerrechten’) van hun carrière. Een ‘scholingssabbatical’ gaat normaal worden. De middelbare leerrechten op de helft van loopbaan kunnen de productiviteit verhogen en indien gewenst de loopbaan bijsturen, waardoor het negatieve verwachtings- en eisenpatroon van werkgevers ten aanzien van ouderen verandert.

9. Investering via de (Europese) staat

De discussie richt nu te veel op het snel terugdringen van het EMU-saldo en de EMU-schuld, terwijl deze in internationaal en historisch perspectief beperkt zijn en de structurele overheidsfinanciën op orde zijn. De PvdA vindt een actieve overheidsrol gewenst, bij uitstek in crisistijd. De traditionele macro-economische beleidsdoelstellingen worden geherwaardeerd: duurzame groei, maximale werkgelegenheid, gematigde inflatie, evenwichtige betalingsbalans en een gelijkmatige inkomensverdeling. Momenteel laat het (Europese) bedrijfsleven en bankwezen het door slechte vooruitzichten en schulden nog behoorlijk afweten. De ondersteunende staat moet daarom investeren, omdat de overheid waardevolle (quasi-) publieke goederen kan organiseren, zeer kredietwaardig is ten opzichte van marktpartijen en tegen historisch lage rentes kan lenen. Zij is de aangewezen partij om besparingen van huishoudens en bedrijven te investeren in de echte economie, nu die blijven hangen op beurzen en in banken.
De PvdA wil een procentuele Europese investeringsnorm voor fysieke en digitale infrastructuur, duurzaamheid en onderwijs, en meer bewegingsruimte in de Europese tekortregel (op korte termijn) door de aandacht te verleggen naar de structurele overheidsfinanciën. Project Europa én landelijke politici verliezen veel vertrouwen als lidstaten jaarlijks tegen de wens van burgers in worden gedwongen hardhandig in hun begroting te snoeien en tegelijkertijd hun instituties niet op orde maken voor de lange termijn.

DE OVERHEID IS MEER DAN SCHATKISBEWARDER: INVESTEREN IS EEN ABSLOLUTE NOODZAAK

10. Groene energie, elektrische mobiliteit en circulaire economie

De PvdA gaat een duurzaamheidsagenda uitdragen waarvan de middenklasse de ‘groen-energie-winnaar’ wordt. Dit kan door betere isolatie van woningen, gebruik van slimme energiemeers, verplichte zonnepanelen bij nieuwbouw en korting op groene energie. Ook moet de energiebelasting voor huishoudens omlaag, betaald uit een hogere energiebelasting voor de zware industrie. De PvdA wil een verplicht, stijgend aandeel groene energie voor energieleveranciers. De ondersteunende staat komt met een opbouwplan voor zelfvoorzienende milieuvriendelijke energie, inclusief een afbouwplan voor kolencentrales, kernenergie en gaswinning. De Groningse aardbevingen zijn hiervoor de aanleiding.
Ook moet breed worden ingezet op de overgang naar elektrisch (privé)vervoer – ons kleine land is hiervoor perfect geschikt – door benzinestations (deels) om te bouwen tot elektrische oplaadpunten. Omschakeling naar elektrisch vervoer, inclusief techniek en infrastructuur is handig, omdat elektriciteit goed duurzaam opgewekt kan worden.
Het sluitstuk van de ‘groene economie’ is de overgang naar een circulaire economie: alle producten moeten hernieuwbaar worden. Daarom wordt het statiegeldproramma uitgebreid, betere afvalscheiding (papier, plastic, glas en GFT) beloond en stapsgewijs biologisch plastic verplicht.

De ondersteunende staat

Het realiseren van meer zelfstandigheid, vrijheid en vooruitgang voor iedereen vraagt om het moderniseren van onze ideeën, waar mogelijk op wetenschappelijke basis. Dat is het waard, want de waarden van de PvdA blijven belangrijk, dwingend en populair.
Daarbij kan een inhoudelijke modernisering wonderen doen. Het idee van een ondersteunende staat die burgers de vrijheidsgoederen verschaft om hun weg te kunnen bepalen, en ondernemers en bedrijven ondersteunt met innovatiebeleid om meer economische groei en werkgelegenheid te realiseren, past immers naadloos bij de moderne tijdsgeest.

Wimar Bolhuis, Econoom, bestuurskundige en sociaal psycholoog 

Socialisme en Democratie Jaargang 71 Nummer 3 Juni 2016